Doke Melman
Schilderijen Menu
  • 1. Contact
  • 2. Teksten
  • 3. Curriculum Vitae
  • 2. Teksten

    2016. De Stad Amersfoort: artikel over de tentoonstelling ‘een retourtje Amersfoort’ in De Ploegh: is deze stad mij lief of neem ik haar voor lief.    http://destadamersfoort.nl/deel-je-nieuws-artikel/deze-stad-mij-lief-neem-ik-haar-voor-lief-117458
    2013. Miniview Hoe=het nu 2013.

    2012. Baarnsche Courant, interview met Ellen de Jong


    Miniview in het kader van de tentoonstelling Hoe=het nu 2013, Peter Nijenhuis 

    Van je schilderij Ginkgobladeren gaat in mijn ogen een weldadige rust uit. Er gebeurt weinig en toch ook veel. Je kunt naar de vorm van de flinterdunne ginkgoblaadjes kijken en dat is aangename ogenkost. En dan is er nog het kleurrijm. Het witte bord met de roodbruine ginkgobladeren rust op een groene ondergrond. Beide kleuren komen terug in randversiering van het bord die duidelijk met de hand is aangebracht. Dat laatste, zou je kunnen zien als een schilderij in een schilderij en dus als een Droste-effect of een vorm van recursie. Is dat je bedoeling, of een van je bedoelingen: een schilderij maken dat de kijker die zich daarvoor openstelt de macht laat zien van het nagenoeg niets?
    Ik beoog geen recursie zoals het Droste-effect, dat bestaat uit het tot in het oneindige herhalen van een afbeelding. Maar het schilderen op zich, zowel het schilderen naar waarneming als naar de verbeelding, heeft een verwijzende kwaliteit. De toeschouwer verhoogt deze kwaliteit nog, door te kijken naar hoe het geschilderd is, en te duiden waar naar verwezen wordt. Een voltooid schilderij staat op zichzelf. Er is geen noodzaak om het geschilderde met het object te vergelijken of te staven aan wat de schilder over het verbeelde vertelt. Het schilderij is een realiteit in de realiteit. Het is een verwijzende realiteit, die moet overtuigen door zeggingskracht. De gewone, tastbare realiteit verwijst niet, maar is. Dit gezegd hebbende is het duidelijk dat ik niet de macht van het niets wil laten zien. Door gebruik te maken van de kracht van verwijzing wil ik de kijker iets aanbieden voor oog en geest, waar hij herhaaldelijk en vrij op kan associëren. Het bord of de schaal met gedecoreerde rand heb ik gekozen om zijn verwijzing naar het schilderen.Gedecoreerd aardewerk is een van de oudste vormen van schilderen en als zodanig interessant. Het was voor mij een uitdaging om de schaal te schilderen, omdat hij met de hand beschilderd is. De plateelschilder heeft de groene en oranje strepen met een losse streek opgebracht. Mijn manier van schilderen is heel anders. Hij komt voort uit waarneming en is zorgvuldig en precies.
    Je zou Ginkgobladeren een realistisch schilderij kunnen noemen. Toch lijkt het of je hier en daar omwille van de spanning de grens van het aannemelijke aftast en ietsjes de hand licht met het perspectief. Is het bord bijvoorbeeld echt een beetje krom en de decoratie links boven niet helemaal kloppend, of heb jij dat gedaan?
    In werkelijkheid is de afstand tussen de opgebrachte strepen nooit helemaal dezelfde en op sommige plekken duidelijk wat groter. Links bovenaan is dat ook het geval. Ik volg wat ik zie. Het bord is niet helemaal plat, maar heeft een hele lichte ronding of kromming die bij de ‘handvaten’ iets sterker wordt. Spanning wilde ik door middel van de compositie creëren. De schaal is schuin in het vlak geplaatst, zodat de blik in beweging komt. In deze schuine stand is de lichtval op de rand rechts onderaan duidelijk zichtbaar en accentueert de ‘handgreep’. Ik kijk er deels tegen en deels langs, terwijl ik linksboven meer op schaal en handgreep neerkijk. Het ‘er tegenaan’ en ‘er bovenop kijken’ gaf een lichte frictie waar ik uit moest komen. Het principe van de perspectief telt mee op de achtergrond, maar ik construeer niet vanuit een vast standpunt. Ik laat mijn blik vrij om rond dit denkbeeldige standpunt te bewegen. Ik heb twee ogen en niet een gefixeerde lens, zoals een camera. Ook de manier waarop de ginkgobladeren op het bord liggen draagt bij aan spanning in de compositie. Aansluitend op de gestreepte rand maakt een aantal bladeren bijna deel uit van de decoratie. Van de grond geraapt en verzameld, zijn ze op de schaal gelegd, als blijk van waardering. Het schilderen is mede eerbetoon.

     

    Baarnsche Courant, november, 2012
    Interview met Ellen de Jong

    Expositie schilderijen in Leerhotel Het Klooster in Amersfoort “Een goed schilderij is als een prettige ontmoeting”
    Beeldend kunstenaar Doke Melman deed de Academie voor Beeldende Vorming in Amersfoort en de Rietveldacademie in Amsterdam. Ze koos voor Beeldend Vorming, ”omdat het zo veelzijdig is. Ik maakte kennis met ruimtelijk werk en diverse materialen, een breed aanbod dat me aansprak. Ik dacht toen nog dat het me niet zou bevallen om hele dagen alleen maar bezig te zijn met schilderen, maar gaandeweg kwam ik er achter dat je er alle tijd in moet steken.” In de gangen van het Leerhotel zijn van Doke een groot aantal stillevens te zien en één stadsgezicht: ‘de Koppelpoort’. In een realistische stijl beeldde ze onder meer ‘Citroenen op ovale schaal’, ‘Brood en boter’, ‘Kweeperen, ‘Twee bekers’ en een ‘Gouden kettinkje’ uit. Het zijn verstilde stillevens met voor het merendeel een rustige, neutrale achtergrond, waardoor Doke’s onderwerpen des te beter uitkomen. Het fragiele ‘Gouden kettinkje’ met een minuscuul slotje, doet het goed tegen een zwarte achtergrond. Ze heeft dit juweeltje nu om, het valt soepel om haar hals. Op mijn vraag of ze al direct realistisch werkte antwoordt ze: “Op de Academie kreeg je verbaal-, naar je eigen verbeelding, én naar de waarneming schilderen. Werken naar de waarneming bleek mij beter te liggen. Doke maakt niet alleen stillevens maar ook stadsgezichten en landschappen. In het Leerhotel beperkt ze zich tot stillevens en één stadsgezicht. “Dit onderwerp past goed bij deze plek, de mooi gedekte tafels en de sfeer van Het Klooster.” Maar ook, zeg ik tegen haar, past je expositie bij de omringende tuin die nu door fel zonlicht, al is het herfst, beschenen wordt. Het schijnt vol op de stillevens die daardoor tot in details te bekijken zijn. Doke adviseert de toeschouwers  vooral bij daglicht te komen, en gelijk heeft ze. “Doordat de omgeving goed bij mijn werk past krijgt het een meerwaarde.” Ik vind vooral haar citroenen, in verschillende vormen, zo sprankelend geel, prachtig, en gedurfd is de okergele achtergrond waarvoor ze bij één compositie van deze vruchten koos. Het is een schot in de roos. ‘Een goed schilderij is als een prettige ontmoeting’, is Doke’s lijfspreuk. “Die refereert aan een reis waarin mensen, maar ook landschappen en dingen op je pad komen, ontmoetingen dus. Je kunt bijvoorbeeld mijn ‘Twee bekers’ ook interpreteren als twee mensen die bij elkaar horen. En mijn schilderij met die grote kweepeer met twee van die citroenen ernaast kun je zien als een driehoeksverhouding. Je hoeft er echt niet van alles bij te fantaseren maar het kan wel.” Tijdens het schilderen vraagt ze zich steeds af waardoor ze zich laat leiden en hoe ze zich verstaat tot wat ze ziet: “Het duidt niet op een intellectuele afweging maar heeft  te maken met hoe je kijkt. Hoe zet ik deze kan met water en dit glaasje, nu neer?” Doke verplaatst de kan vol glinsteringen en het glaasje, die voor ons op tafel staan, een paar centimeter, en licht toe: waarom wil ik dit? Dat weet ik niet, maar ik wil het wel zo!” Ik zie haar compositie van deze twee objecten, vastgelegd op doek met olieverf, al voor me. Wil ze die exact naschilderen? “Ik kijk heel aandachtig en op een gegeven moment  is er een duidelijke gelijkenis, maar ik schilder niet alles. Als je al die glinsteringen in deze kan ziet, ben ik ze al aan het terugbrengen: welke wil ik wel en welke wil ik niet laten zien.”  Ik vul aan: versimpelen. “Ja, maar je zou ook comprimeren kunnen zeggen, dan wordt het ingetogen en wint het aan kracht.”  Ik stem er mee in: comprimeren is beter. Op mijn vraag hoe zij haar ontwikkeling als kunstenaar ziet antwoordt Doke: “ In de loop der jaren is mijn zelfvertrouwen gegroeid. Ik was aan het zoeken, werkte naar abstractie toe, maar dat bleek voor mij een doodlopende weg. Het terugkeren naar het stilleven was na die periode voor mij een nieuw startpunt en biedt voldoende uitdaging om mijn werk blijvend te vernieuwen.”
    Op 18 november doet Doke mee aan de KunstKijkRoute in Amersfoort. Ze laat een keuze uit haar werk, waaronder landschappen en stadsgezichten, zien. Van 13 – 17 uur. Adres: Stovestraat 14. Expositie: Leerhotel Het Klooster tot 1 december 2013 Daam Fockemalaan 10 ma t/m vr van 9 -17 uur www.dokemelman.nl